BLOG en NIEUWS

SPROOKJESBOS

De eerste wedstrijd van de nieuwe competitie van dit jaar moest ik aan mij voorbij laten gaan door een griepaanval op mijn lichaam eerder die week. Ik was nog niet helemaal hersteld, maar wandelen ging uitstekend en de camera mocht mee. Met de wedstrijdkaart binnen handbereik kon ik mooi een aantal posten aanlopen voor het schieten van wat OLwild. Het is misschien vreemd, maar ik loop altijd met een heel ander gevoel door het veld wanneer ik niet echt deelneem aan de wedstrijd. Ik ben mij bijvoorbeeld veel meer bewust dat ik alleen loop en daardoor meer op mijn hoede. Raar?, maar waar.

Met behulp van de kaart struinde ik de smalste en kronkeligste paadjes af die mij door een prachtig verlaten deel van het Beekhuizerzand leidde, nou ja, totaal verlaten bleek nou ook weer niet het geval toen ik plotseling werd opgeschrikt door een stevig, “Hallo, jongedame.“ Het was niet zo zeer het ‘hallo’ dat mij verontrustte, meer wat er volgde. Een onbekende die mij in the middle of nowhere met jongedame aanspreekt, Uhm, wat wil die van mij?? En waar kwam deze oudere vreemd aandoende man eigenlijk opeens vandaan? Ik liep hier toch echt zo even helemaal alleen….. Te veel vragen en voor antwoorden werd mij geen tijd gegund. De oude man, of eigenlijk doe ik hem meer eer aan met ‘oudere heer’, ving mijn blik en glom zijn innemendste glimlach waarna hij ook mijn aandacht had. Hij wees op de kaart en begon te vertellen. Zijn stem hield mij door de mysterieuze klank en tongval als het ware gevangen.Ik kon, en wilde ook niets anders doen dan luisteren. Alles leek er even niet meer te zijn, alleen zijn verhaal.

Ik zal het proberen na te vertellen.

Ik weet dat het kwam door de kaart, hij vertelde dat het hem deed denken aan een oud verhaal, bijna als een sprookje. Het verhaal van een koning en een koningin in een land hier ver vandaan.

Deze koning en koningin woonden in een groot kasteel in een nog veel groter woud.

Zij hielden beiden niet alleen veel van elkaar, maar ook veel van het woud. Iedere dag gingen ze minstens eenmaal een wandeling maken door die eindeloze natuur. Het was dan ook helemaal niet zo raar dat toen ze een dochtertje kregen ze haar meenamen op hun omzwervingen van iedere dag. Het meisje genoot er volop van, veel meer dan haar ouders zich ook maar konden indenken. Op een dag zei het kleine prinsesje dat ze wel eens alleen op pad wilde gaan. De koning en de koningin vonden het wel een beetje een te gewaagd plan, maar ze wisten ook (ze kenden hun dochter!) dat, als ze het haar zouden verbieden, ze het toch wel stiekem zou doen. De koning bedacht een plan, hij trok met een lange lijn een prachtige route door het woud. Die route ging niet alleen over de paden, want dat zou zijn dochter maar saai en te gewoontjes vinden. De route ging dwars over de grote weide, onder het hek door en dan door de rivier, via de verdichtingen in het open bos terug naar de kasteelpoort. Toen hij het de prinses vertelde werd ze direct enthousiast en ging ze diezelfde middag nog op stap. Als de mensen in het kasteel vroegen waar is de prinses dan zeiden haar ouders in koor; “Oh, onze Oriënte doet waarschijnlijk weer een lijntjes-loop.”  En zo ging het iedere dag, waardoor de koning, maar ook de koningin, er een taak bij kregen: Het bedenken en uitzetten van routes. Steeds dezelfde route zou natuurlijk niet bijdragen in haar ontwikkeling.Te saai ook. Ze knipten de lijn in stukjes en hingen nu zo hier en daar een stukje lijn op. De prinses genoot hier lange tijd zichtbaar van. Tot op zekere dag de prinses tijdens het ontbijt een beetje mopperig deed. Niet dat ze een verwend kind was, maar ja ze was wat ouder geworden en wilde wat meer uitdaging tijdens haar tochtjes door het bos. “Een lijn of wat losse linten volgen kan ik nu wel, maar ik wil er wel wat meer bij moeten kunnen nadenken, anders ga ik gewoon zomaar dwarsdoor”. En terwijl ze dat zei keek ze met een ondeugende blik naar haar ouders. Die waren ook niet op hun achterhoofd gevallen. De koning zei tegen zijn vrouw: “Als onze dochter een uitdaging wil dan zal ik die voor haar maken”. Diezelfde middag, avond en nacht werkte de koning zijn idee uit en de volgende morgen nam hij Oriënte mee naar de poort van het kasteel. Hij vertelde dat hij in plaats van de losse linten alleen nog maar op belangrijke punten in het bos een kaartje met een afbeelding van een lachende beer had opgehangen. Tevens gaf hij haar een gedetailleerde kaart van het woud waarop hij de route had ingetekend. Op die manier moest Oriënte veel meer zelf nadenken en werd het een stuk uitdagender om een route te lopen. Zo begon Oriënte met , zoals ze het zelf noemde, ‘kaartlezen’. De kaartjes met de lachende beren voorkwamen dat ze echt verdwaalde, want iedere keer als ze er eentje zag wist ze dat ze goed zat. 

Op dat punt van het verhaal mompelde ik zachtjes het woord ‘smileyloop’. De oude heer knikte instemmend en vervolgde zijn verhaal.

Want na die, zeg maar smileyloop kwamen er steeds andere varianten. De koning plaatste nu controleposten langs de route en bedacht er codes en omschrijvingen bij. De koning wilde wel weten of ze echt bij de controleposten was geweest.  Hiertoe moest ze bij iedere controlepost een merkje maken in een controlekaart. (Ik keek de oude heer lachend aan, hij speelde daar direct op in en zei; “Ja, ja, alles gaat nu digitaal, maar het komt op het zelfde neer”.) De activiteiten van de prinses waren in de omgeving niet onopgemerkt gebleven. Het werd steeds drukker op het kasteel. Alle vriendjes van de prinses wilde meedoen, en natuurlijk ook alle vriendinnetjes!Tijdens een verjaarspartij had de koning een route voor de gasten uitgezet en aan de prinses de eer om ze in te wijden. Dat deed ze met verve, iedereen genoot en wilde meer en vaker mee doen. En zo werd er een nieuwe sport geboren in het land van de koning en de koningin en ze noemde het naar hun dochter, Oriëntering. 

Zo plotseling als de man verschenen was, zo plotseling was hij weer verdwenen en ik dacht: ”Nederland is toch ook een koninkrijk dat kan bij ons dus ook!”